Categorie archief: verhalen

De factuurclub, deel II

(Vervolg op deel I)

Laatst was ik weer eens in Heimwede en ik vroeg me af of de factuurclub nog bestond. Toen ik me realiseerde dat het de eerste zaterdag van de maand was liep ik naar café De schamele hut.

Het was aardig druk, maar niet zo druk als die middag jaren geleden. Tot mijn verbazing zat Chris Klamers aan de bar, op dezelfde kruk als toen, zo te zien. Ondanks al die jaren had ik hem meteen herkend, en hij mij blijkbaar ook, want met een brede grijns gaf hij me een hand en vroeg “Kom je weer eens op bezoek bij de factuurclub?”
“Bestaat die dan nog?” vroeg ik hem, terwijl ik het meisje achter de bar wenkte.
“Jawel”, zei hij, “maar het gaat er nu allemaal wat moderner aan toe. Via internet.”
Ik bestelde voor ons beiden een pilsje en zei: “Leg maar eens uit”.
Klamers stak van wal. “Nou, je weet nog wel dat we toen alle facturen binnen de club zoveel mogelijk op een schoolbord tegen elkaar wegstreepten, op elke eerste zaterdag van de maand. Nu voert iedereen zijn facturen aan andere leden rechtstreeks in het systeem in. Het voordeel is dat het bedrag op je factuur dan ook meteen op je rekening komt te staan, ook al heeft de andere partij nog niet betaald. Je kunt het geld dus ook meteen bij de andere leden uitgeven. We zijn dus nog minder afhankelijk van de euro geworden. En dat is een goede zaak, want het toerisme is teruggelopen.”
De kroegbaas, ook nog steeds dezelfde, kwam er bij staan. “Ik vond die nieuwlichterij eerst minder leuk, want die zaterdagmiddagen brachten flink wat geld in het laatje. Leden krijgen hier nu op de eerste zaterdag van de maand korting als ze via het systeem betalen. Daarom zitten er nog best veel mensen hier. Ze doen zaken of leggen een kaartje.”

Ik dacht even na over wat Klamers gezegd had. “Als ik iemand een factuur stuur en daarna voor hetzelfde bedrag koop bij een ander lid, moet mijn klant dus nu dat bedrag aan die derde betalen, in plaats van aan mij. Klopt dat?”
Beide mannen knikten.
“Klopt”, zei Klamers. “Andersom gaat het ook op. Als jouw klant aan lid X levert ter waarde van jouw factuurbedrag, schuift de verplichting om jou te betalen door naar lid X. Het systeem streept de schulden en tegoeden van de tussenliggende personen automatisch zoveel mogelijk tegen elkaar weg. Net zoals we vroeger op het schoolbord deden.”
Het leek me een handig systeem. Maar één ding snapte ik nog niet.
“Even denken. Destijds werden alle rekeningen ééns in de maand vereffend. Als ik nu iemand een factuur stuur moet die hem normaal gesproken na, zeg, een maand betalen. En als die persoon na bijvoorbeeld twintig dagen voor hetzelfde bedrag levert aan een derde, krijgt die derde wéér een maand betaaltijd. En zo kan het blijven doorgaan. Wanneer zie ik mijn geld dan?”
“Ah, ik zie je probleem”, zei Klamers. “Kijk, je moet het zó zien. Leveringen en betalingen doe je niet aan elkaar, maar aan de club. Een levering met factuur aan een ander lid is eigenlijk hetzelfde als een directe storting van het betreffende bedrag op je rekening. Je hebt dus ook een schuld aan of tegoed van de club, niet aan of van een individueel lid. Zolang je je tegoed binnen de club besteedt hoef je met uitgeven dus niet te wachten tot je klant zijn factuur betaald heeft. In feite heb je niets meer met die klant te maken, en de euro dient bij de factuurclub eigenlijk alleen als meetlat. Binnen het verrekensysteem bestaan geen euro’s, alleen tegoeden en schulden ter waarde van bedragen in euro’s. ”

“Iedereen heeft dus eigenlijk een soort lopende rekening met krediet. Betaal je rente op dat krediet?”
“Nee, aan rente doen we niet”, zei Klamers. “We overwegen wel om een kleine negatieve rente op positieve tegoeden te gaan rekenen. Dat zou de onderlinge bestedingen stimuleren.”
“En voor wie is het risico dat iemand echt niet kan betalen of leveren?”
“Dat is ook voor de hele club, maar daar zijn we voor verzekerd. De premie haalt iedereen er met gemak uit. Bovendien heeft iedereen een maximaal krediet, dat we samen bepalen aan de hand van zijn omzet en reputatie. Als je dat bijna verbruikt hebt geeft het systeem een seintje, en op is op.”

“En als ik nou veel punten heb en dringend om echte euro’s verlegen zit? Kan ik die punten dan omwisselen?”
Klamers lachte. “Je bent nog net zo nieuwsgierig als toen! Helaas, je kan punten niet rechtstreeks bij de club omwisselen. Wij mogen namelijk geen geld aanhouden voor dat doel, omdat we geen bank zijn. Je kan in dat geval wel via de club je punten ter verkoop aanbieden aan de andere leden van de club, of aan de andere inwoners van Heimwede. Die kunnen ze hier toch bijna overal besteden.”

Hier was goed over nagedacht.

Wordt vervolgd.

De factuurclub, deel I

Vele jaren geleden was ik in het oosten van het land op vakantie. In het plaatsje Heimwede logeerde ik in hotel Zomp en Dras. Op een zaterdagmiddag stapte ik café De schamele hut binnen. Tot mijn verbazing zat het stampvol. “Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik aan de dichtstbijzijnde man aan de toog.
“Onze factuurclub houdt zijn maandelijkse bijeenkomst”, antwoordde de man. Ik keek blijkbaar nogal wazig, want hij ging meteen verder. “Zowat iedereen met een bedrijfje of winkeltje in dit dorp is lid van de factuurclub, en die komt elke eerste zaterdag van de maand hier bij elkaar. Iedereen neemt dan alle facturen mee die hij die maand aan de andere leden gestuurd heeft. Op dat grote schoolbord daar worden al die facturen zo ver mogelijk tegen elkaar weggestreept. Er blijven dan nog een paar netto schulden over, en die worden meestal hier verrekend. Het is altijd een gezellige boel, waar het halve dorp op afkomt.”
Terwijl ik bedacht dat de kastelein zeker niet achteruit ging op deze regeling liep ik naar het schoolbord.

Om de beurt kwamen de plaatselijke ondernemers naar het bord en legden hun facturen van de vorige maand op tafel. Een man met een rood petje noteerde het bedrag van een factuur telkens tweemaal in een kolom op het bord, één keer plus, één keer min. Het ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Her en der werden er zaken gedaan.

De linkerbovenhoek van het bord zag er nu als volgt uit:heimwede4“Zomp en Dras!”, riep de man met het petje. Het hotel was aan de beurt. Een breedgeschouderde man baande zich met een stapeltje papieren in de hand een weg naar de tafel.
Ik ging naar mijn nieuwe kennis terug en bestelde voor ons beiden een pilsje. Hij bleek Klamers te heten, Chris Klamers. Hij vertelde me dat de factuurclub een paar jaar terug gestart was om het geldgebrek te verlichten, toen het economisch achteruit ging met het dorp. Het ging nu weer beter, maar men had de voordelen van de regeling ingezien en de factuurclub was blijven bestaan.

Na enige tijd dronk ik mijn glas leeg en ging naar buiten voor een wandeling. Een half uurtje later stapte ik weer De schamele hut binnen, nieuwsgierig naar de afloop. Alle facturen waren intussen genoteerd en men was met de eindafrekening bezig. Na enige tijd stapte de man met het rode petje op een stoel en riep de eindstand af. Het hotel had blijkbaar goede zaken gedaan die maand, want dat was de enige overgebleven partij die van anderen geld te goed had. Zeven mensen stonden met een hoeveelheid briefjes en munten in de hand in een rij. De hotelier keek er met afkeer naar en riep toen: “Hou al dat schroot maar in je zak! Ik heb een nieuw bankstel besteld, dus geef het volgende maand maar aan Kees den Eethoek! Rondje voor de hele zaak!” Een gejuich ging op. De man met het petje schreef de eindstand in een notitieboekje en veegde het bord toen schoon.
“Dat komt vaak voor”, zei Klamers, die bij me was komen staan. “Mensen in de plus die binnen de club een flinke uitgave verwachten schuiven hun tegoed door naar de volgende maand en zijn zo af van dat gehannes met contant geld.”
Ik vond het allemaal heel logisch klinken en nam me voor om te kijken of er bij mij in de buurt ook een factuurclub was.

Wordt vervolgd in deel II

Koordgeld

Toen de wereld nog zo klein niet was, kwam ik op mijn reizen door het piepkleine land Cuerdalia. Ik had me hier niet op voorbereid en wist niets van het land. Gelukkig sprak iedereen er goed Spaans. Het bleek een prettig land te zijn, met vriendelijke mensen die hielden van de goede kanten van het leven, en uiteindelijk ben ik er anderhalf jaar gebleven.

Op mijn eerste dag in Cuerdalia deed ik in een klein dorpswinkeltje wat boodschappen. Ik sloeg onder andere een flink stuk van een heerlijk ruikende koek in.
‘Dat is dan dertien centimeter rood’, zei de winkelier, toen ik de boodschappen op de toonbank gelegd had.
‘Pardon?’
‘Dertien centimeter rood alstublieft’, zei de winkelier nogmaals.
Ik legde een briefje van tien dollar op de toonbank. Dat moest genoeg zijn. ‘Kunt u dat omrekenen met dit geld?’, vroeg ik. Hij pakte het briefje tussen duim en wijsvinger op en keek er even naar.
‘Nee, daar kan ik niks mee’, zei hij. Vervolgens zette hij een haspel op de toonbank, waarop een lang koord gewikkeld zat. Het was op het eerste gezicht rood met wat andere kleuren er doorheen. De winkelier trok de haspel een eindje af en gaf mij het uiteinde. Ik tuurde naar het koord en haalde toen zelfs mijn vergrootglas voor de dag. Het bleek op een ingewikkelde manier te zijn samengesteld uit vezels in allerlei kleuren. Sommige vezels hadden regelmatige verdikkingen van zichzelf, in andere waren op zo op het oog onregelmatige afstanden verschillende soorten knoopjes gelegd. Soms liepen een paar vezeldraden door een knoopje in weer een andere draad heen. Dit koord was zonder twijfel razend moeilijk om te maken. Plotseling drong het tot me door. ‘Is dit uw geld?’, vroeg ik verbaasd. ‘Wilt u mij daar wat meer over vertellen alstublieft?’ De winkelier stak van wal, duidelijk trots op zijn kennis.

‘Dit is inderdaad ons landsgeld. Alle vezels in dit koordgeld komen van speciaal verbouwde planten, die alleen hier groeien. Deze planten groeien heel langzaam, en de opbrengst van de planten is laag. Een paar families in ons land hebben zich toegelegd op het maken van dit geld. Ze verbouwen de planten en fabriceren het koord. We noemen ze dan ook de koordfamilies.’

‘Is het geld niet te vervalsen?’
‘Zoals alle soorten geld heeft ook dit geld speciale kenmerken. Sommige daarvan zijn met het blote oog te zien, voor andere is een sterk vergrootglas, een microscoop of een chemische analyse nodig. We hebben een aantal technische universiteiten laten proberen om de productie te mechaniseren, maar alle pogingen zijn op niets uitgelopen. Het is en blijft handwerk.’

‘Maar die koordfamilies kunnen dus net zoveel geld maken als ze willen?’
‘Dat heeft geen enkele zin. Het proces is heel tijdrovend en vergt bovendien nogal wat land. Stel nu eens dat veel meer families koordgeld gingen maken. Dan bleef er te weinig land over voor landbouw, en natuurlijk zijn er in de rest van de economie ook veel mensen nodig. Ik noem het nu even de rest van de economie, maar het is natuurlijk het belangrijke deel van de economie, waar de nuttige producten en diensten geproduceerd worden. Als je die niet hebt, heeft geld maken ook geen zin.’
Ik bedacht dat deze aangename samenleving snel ontwricht zou worden als het koordgeld ook in de buitenwereld gebruikt zou kunnen worden.
‘Onze samenleving heeft het juiste evenwicht gevonden’, ging de winkelier verder. ‘Het maken van dit geld is geschoold werk, een echt ambacht waar deze families van generatie op generatie hun brood mee verdienen. Zij geven het geld als eerste uit. De koordfamilies staan bovendien in hoog aanzien. Zij zorgen er voor dat er genoeg geld is, maar ook niet te veel want daarmee zouden zij zichzelf in de vingers snijden.’

‘Is er alleen dit soort koord?’
‘We hebben een paar soorten koord. De rode variant die u hier ziet wordt gebruik voor kleine bedragen zoals bij dagelijkse boodschappen. Er zijn ook groene en blauwe soorten, voor grotere bedragen.’

‘Blijven er in het dagelijks handelsverkeer niet alleen maar hele korte stukjes over?’
‘We gebruiken vooral stukjes met een standaardlengte, bijvoorbeeld tien en twintig centimeter. Die worden niet versneden. Met nog kortere stukjes als wisselgeld kun je alle bedragen afrekenen.’

‘Maar waarom heeft u dan hier een haspel met vele meters koord er op?’
‘Lange stukken worden gebruikt om er fraaie traditionele knoopwerken van te maken, of om door kleding heen te vlechten. Want ook hier hebben mensen statussymbolen nodig. Wie korte stukjes bij elkaar spaart kan ze hier omruilen voor een lang stuk, en zo krijg ik weer wisselgeld. Vanmiddag komt hier een bruidsstoet langs. De bruid komt uit een rijke familie, dus let u dan vooral op de bruidsjurk!’

Ik vertelde de winkelier dat ik van plan was minstens een maand in dit interessante en prettige land te blijven, en gelukkig wilde hij me de boodschappen voorschieten. We zouden elkaar nog vaak zien.

De Pekouneia

Een Griekse tragedie in één bedrijf

BANKIER: Goedemiddag meneer Deklos!
GRIEK: Dag meneer. Mag ik gaan zitten? Ik heb al twee nachten niet geslapen van de zorgen.
B: Nee, blijft u maar staan. We willen niet dat u in mijn stoel in slaap valt, hè? Haha! Wat kan ik voor u doen?
G: Ik wil graag mijn lopende lening verlengen.
B: Kunt u die lening niet terugbetalen dan? Hoe komt dat?
G: Mijn klanten hebben geen geld, dus verkoop ik ook bijna niets meer. Wat ik overhoud gaat op aan uw rente. Aan mijn olijven ligt het niet, dat zal ik u laten zien. Anna, kom maar!

Een meisje van een jaar of twintig komt binnen en biedt de bankier een schaaltje olijven aan.

BANKIER: Is dat uw dochter? Zozo… Die olijven zijn inderdaad heerlijk! Tja, er is de laatste tijd nou eenmaal weinig geld in omloop. Heel betreurenswaardig. Maar laten we zaken doen. U begrijpt wel dat uw kredietwaardigheid er zo niet op vooruit gaat, hè? Daarom zal ik het rentepercentage moeten verhogen tot vijftien procent.
GRIEK: Maar dat kan ik niet betalen!
B: Dat had u nou niet moeten zeggen. Ik schat mijn risico nu nog hoger in en ben helaas gedwongen om het rentepercentage verder te verhogen tot achttien procent.
G: Maar… maar…
B: Twintig procent…
G: (zwijgt)
B: Zo ken ik u weer! Een echte ondernemer gaat niet pruttelen bij wat tegenslag! Omdat het risico dat u niet kunt betalen nu zo goed als honderd procent is, stel ik voor dat u uw olijfboomgaard in onderpand geeft.
G: Nee, dat nooit! Die boomgaard is door mijn overgrootvader aangeplant!
B: Tja… Weet u, ik mag u wel, u bent een eerlijk ondernemer, net als ik. En daarom doe ik u een aanbod dat u niet kunt weigeren. U mag uw boomgaard houden. Maar dan stuurt u wel elke dag om half acht uw dochter naar mijn huis om mijn zoon gezelschap te houden. Hij hangt thuis maar wat rond sinds hij van de universiteit getr… Enfin, dat gaat u niets aan. Wat zegt u ervan?
G: (slikt) Mijn Anna… (peinst) Ik begrijp u niet, meneer. U kunt in de stad veel goedkoper vertier voor uw zoon vinden. Als ik het zou doen schiet u er uiteindelijk toch veel geld bij in.
B: Welnee, meneer Deklos, dacht u dat? Haha! Ziet u, de burgemeester wil volgend jaar een nieuw huis op de heuvel bouwen. Het zou erg vervelend voor hem zijn als ik hem dan geen goedkope hypotheek kon verstrekken. Daarom wordt er uit de gemeentebelastingen al jaren een bedragje apart gezet, voor als mijn bank lastige tijden doormaakt. Mijn inkomsten zijn voorbeschikt, meneer Deklos. En zo hoort het ook in een Griekse tragedie! Haha!

Doek

Scenario ‘De geest is uit de fles’

Twee weken na het injecteren van een buitengewoon geestig en besmettelijk filmpje in de sociale netwerken loopt er geen jongere meer rond die niet weet hoe de vork in de steel zit met het geld en de banken. Ook het online deel van de rest van de bevolking raakt spoedig besmet.

De verontwaardiging is groot, maar ook komt er een ongelofelijke hoeveelheid creativiteit en energie vrij. Iedereen ziet kansen, vooral in de duurzame sector. In een ommezien worden er apps voor iPhone en Blackberry e.d. ontwikkeld, en diverse kits om lokale munten en alternatieve projectfinanciering op te zetten. Cyclos is niet aan te slepen.

Er ontstaan, naast veel lokale munten, een aantal snel groeiende maar gesloten circuits met geld op basis van:

  • persoonlijke reputatie (bv. à la WAT en iWAT). Bekende Nederlanders halen een kick uit het uitgeven van hun eigen exclusieve geld. Dat hadden ze nog niet. Omdat alle transacties met sommige van deze geldsoorten openbaar opgeslagen worden ontstaat voor de betrokken BN’ers het recht – en de morele plicht – om een uitgegeven eenheid nietig te verklaren als er ‘vuile’ transacties mee gepleegd zijn. Een nieuwe kant aan reputatiebeheer, uitgebuit in veelbekeken reality shows.
  • keurmerken als FSC, MSC, Fairtrade, etc. Goed ketenbeheer bepaalt de toegang tot deze geldsoorten.
  • duurzame producten. Zo geeft Greenchoice de Greenvolt uit, gedekt met groene stroom.

Een en ander vermindert de behoefte aan kort en lang kapitaal in euro’s drastisch.

Winkeldeuren worden behangen met ‘Wij accepteren XYZ’-stickers. Wie nog honderd procent met euro wil betalen of betaald wil worden, wordt vies aangekeken, zo niet geboycot. De leus is We don’t play your game anymore!

Groene investeerders gaan Fomento spelen, d.w.z. ze verstrekken (micro)kredieten die verplicht in diverse, inmiddels gevestigde, groene munten terugbetaald moeten worden. Daardoor worden die munten nog sterker.

Uiteindelijk wordt zelfs de politiek wakker. Het depositogarantiestelsel wordt uitgebreid: het plafond gaat 25 % omhoog maar 50 % van de tegoeden wordt uitsluitend gegarandeerd in belastingcertificaten (waardepapieren waarmee nationale belastingen betaald kunnen worden). Mokkend gaan de banken hiermee akkoord. Onverwacht bijeffect: mensen voelen zich niet meer schuldig als ze massaal hun tegoeden verkassen naar Triodos (een secundaire dus niet-geld-scheppende bank).

Vandalistisch manifest

Gegroet gij allen!

Wij, ondergetekenden, vinden dat de aanhangers van het vandalisme nu eindelijk eens serieus genomen moeten worden. Het vandalisme is een oprechte economische beweging en dient ook zo behandeld te worden.

Vandalisten hebben van oudsher echter een slechte naam. Volkomen ten onrechte, zoals wij zullen aantonen met het zo vaak tegen ons gebruikte voorbeeld van het bushokje. Een nog niet vernield bushokje is immers een dood bushokje, een blok aan het been van de economie. De lassers, glazeniers en schilders trekken verder naar nieuwe omzetten en laten het bushokje achter als een economisch stukje woestijn. Wat ligt meer voor de hand dan het bushokje te re-cyclen? Van deze re-cyclus nemen wij vandalisten de ene helft voor onze rekening, en de al genoemde lassers, glazeniers en schilders de andere helft. En alleen zó kan het rad der economie eeuwig blijven wentelen. Waarom dan toch al die negatieve publiciteit en die povere arbeidsomstandigheden?

De aanhangers van onze beweging doorzien de cyclische aard der economie en hebben daaruit de voor zichzelf zo bittere conclusies getrokken. Uit liefde voor onze economie doen zij, vaak bij nacht en ontij, hun gevaarlijke werk, maar verguizing en celstraffen zijn hun deel. Aan deze onmenselijke toestanden moet nu maar eens een eind komen! Wij willen thans subsidie aanvragen om het nog niet verlichte deel der natie economisch te scholen, zodat de aanhangers van het vandalisme eindelijk in alle openbaarheid fatsoenlijk voor hun economisch zo nuttige activiteiten beloond kunnen worden.

Namens de Stichting Eerherstel Vandalisten:

W. den Hamer, voorzitter
mej. K. Rassen, secretaris
drs. A. Kleyngelt, penningmeester

De waspoederman

Ooit ging ik op bezoek bij een man die ik pas tevoren had leren kennen. Toen ik zijn huis binnenkwam, schrok ik. Alles, op zijn kleren na, zag er grauw en onverzorgd uit. En, eerlijk gezegd, zelf maakte hij ook geen gezonde indruk. Hij zette koffie en we raakten aan de praat. De koffie had een vreemd smaakje. Tot mijn verbazing kwam ik er in het gesprek achter dat hij alles in huis met hetzelfde waspoeder schoonmaakte. Hij deed er niet alleen de was mee, maar gebruikte het ook om de vloer te boenen, de afwas te doen en de wc schoon te maken. Hij gebruikte het waspoeder als shampoo en poetste er zelfs zijn tanden mee. Ik vroeg hem maar niet hoe hij zijn koffiezetter ontkalkte. Natuurlijk sprak ik mijn verbazing uit, maar hij had een volkomen logische verklaring voor zijn handelwijze. ‘Kijk,’ zei hij, ‘ik gebruik overal hetzelfde geld voor. Ik doe er mijn boodschappen mee hier in het dorp, waar iedereen me kent. Ik koop dingen in de stad en via internet, ik betaal huur, gas en licht, ik spaar voor een nieuwe fiets en betaal mijn auto af, allemaal met hetzelfde geld. Ik leen soms een tientje uit aan vrienden, en ik geef het aan de muzikant op het dorpsplein. Als dat allemaal met één soort geld kan, waarom zou ik dan in vredesnaam om dingen schoon te maken een heleboel verschillende spullen in huis moeten halen? Nee hoor, dat is me te lastig.’ Tegen deze ijzeren logica had ik natuurlijk niets in te brengen.