Categorie archief: metaforen

Hoe doen die banken dat toch?

Geldgebrek ken ik niet. Ik heb namelijk een eenvoudige truc ontdekt om snel aan geld te komen. Ik rijd gewoon met de auto naar de stad, naar een paar stoplichten waar niet geflitst wordt. Politie is er ook nooit te zien. Daar rijd ik een paar keer door rood licht, en hey presto! Elke keer dat ik niet gepakt word heb ik tweehonderddertig euro verdiend! Bij mooi weer ga ik ook wel met de fiets, maar dat schiet minder op: slechts negentig euro per rood licht.

Ach, was het maar zo simpel. Voor gewone stervelingen gaat deze vlieger helaas niet op. Maar… voor banken wel! De banken mogen dit foefje wél uithalen en hebben het verplaatst naar de virtuele wereld. U weet misschien niet dat in elk bankfiliaal een aantal speciale computers staan opgesteld, waarop het spel Debt Rider draait. In dat spel moet je, als boven beschreven, zo veel mogelijk geld verdienen met door rood licht rijden zonder gepakt te worden.

In de oorspronkelijke versie van het spel, afkomstig van het internet, liep je nog het risico geflitst te worden, of als je echt pech had werd je geramd door kruisend verkeer. Game over. Maar de programmeurs van de bank hebben het spelletje aangepast. Er is nu geen enkel gevaar meer bij. Laagbetaalde bankmedewerkers vullen nu hun werkdagen met ongestraft virtueel door rood licht rijden, over verlaten kruispunten. Uren achtereen, als cavia’s in een tredmolen. Dat makkelijk verdiende geld leent de bank dan weer uit, tegen de gebruikelijke rente natuurlijk. En zo, geloof het of niet, scheppen de banken al het geld in onze economie!

Geld als water

Stel je eens voor, je krijgt een boek in handen. Het heet Onze drinkwatervoorziening.

Op het eerste gezicht een interessant boek. Alles wat je ooit zou willen weten over pompen, leidingen, bassins, kranen, afvoerputjes en riolen staat er in, met veel plaatjes en diagrammen. Maar na wat bladeren krijg je een vreemd gevoel over dit boek. Er blijkt namelijk niets in te staan over waar ons drinkwater vandaan komt. Niets over regen of rivierwater, niets over de processen waarmee water drinkbaar gemaakt wordt. Het is in het boek net of het drinkwater er altijd geweest is en er altijd zal zijn. Zou je dit boek niet als hopeloos tekortschietend aan de kant schuiven?

In de economie is deze idiote situatie echter heel gewoon. Elke dag verdringen economen elkaar op tv en internet om ons voor te lichten over de financiële markten, investeren of bezuinigen, bonussen, kapitaalratio’s, derivaten, hoe allerlei partijen op een verhoging of verlaging van de rente zullen reageren, enzovoort enzovoort. Maar een antwoord op de simpele vraag, waar het geld nou eigenlijk vandaan komt, zul je nooit horen. Gekker nog, die vraag wordt in al die praatprogramma’s niet eens gesteld. Toch is het evident dat discussies over economische kwesties nooit tot de juiste conclusies en oplossingen kunnen leiden, als de aard van ons alomtegenwoordige geldsysteem daar niet in meegenomen wordt.

Het Tros-programma Radar Extra ‘De Schuldvraag’ zal in één klap een eind maken aan de onwetendheid van het publiek (inclusief menig econoom) over het geldsysteem. Het zal op tv in twee delen worden uitgezonden, namelijk op 23 en 30 december. Op 17 december is het programma al volledig te bekijken op internet.

Er is een trailer, waarin onder andere Herman Wijffels, Dirk Bezemer en Ewald Engelen al stevige uitspraken doen. (Het is me helaas nog niet gelukt de trailer rechtstreeks in dit bericht te plaatsen. De embed-code werkt niet.)

RE-wijffels-gelddoorschuld

Geld is vergif

Scène 1

Schipbreukelingen in een sloep… Overal water om hen heen, maar ze vergaan van de dorst. Als een van de ongelukkigen, half gek van de dorst, toch zeewater wil gaan drinken houden de anderen hem tegen. Want zout water drinken is het begin van het einde. Hoe erg je dorst ook is, drink nóóit, maar dan ook nóóit zeewater. Dat weet toch iedereen?

Scène 2

We verplaatsen de camera naar het schip van de moderne wereldeconomie. De opvarenden hebben dorst, ze schreeuwen om geld. Enkelen schijnen een onuitputtelijke voorraad geld bij zich te hebben. Die delen ze links en rechts uit onder de smachtende massa, onder de voorwaarde dat iedereen méér terug moet geven dan hij gekregen heeft. Wie zijn schuld niet kan betalen, moet zijn horloge, zijn kleren, ja alles wat hij heeft afstaan. Mensen gaan elkaar te lijf om een druppeltje geld te bemachtigen. De dorst wordt steeds erger, het geschreeuw wordt steeds luider en wanhopiger… Maar het is hun eigen schuld. Hoe erg je gelddorst ook is, drink nóóit, maar dan ook nóóit geld waar je alleen maar meer dorst van krijgt. Dat weet toch iedereen?

De politiek: scheids of speler in het veld?

basislogoDe politiek ziet zichzelf het liefst als maatschappelijke scheidsrechter, en de politici van de verschillende partijen bakkeleien veel en graag over de mate en mogelijke partijdigheid van ingrijpen in het spelverloop. Maar de economische crisis heeft de politiek in de rol van speler in het veld gedwongen. Door middel van bezuinigingen pakt de politiek de bal af van de andere spelers, omdat ze de bal zelf nodig heeft. Het kabinet doet dit onder de vlag van ‘terugtredende overheid’, maar is dit niet een heel vreemde logica? Zou niet juist een terugtredende overheid in de eerste plaats moeten zorgen voor een bal in het veld, in de vorm van voldoende geld in de economie, zodat burgers, bedrijven en maatschappelijke instanties het economische spel met elkaar kunnen spelen? Dit zou pas echt recht doen aan het beeld van de politiek als scheidsrechter!  Maar omwille van ‘het huishoudboekje’ van de scheids wordt nu de bal uit het veld gehaald, en de spelers hebben het nakijken.

Of toch niet? Wereldwijd wordt druk geëxperimenteerd met complementaire betaalmiddelen: lokale geldsoorten die doorgaans in een bepaalde regio blijven circuleren, domweg omdat ze buiten die regio nergens geaccepteerd worden. Of, van de andere kant bekeken: als je voor lokale betalingen zo veel mogelijk een eigen munt gebruikt heb je veel minder last van bezuinigingen in het eurocircuit. In Nederland lopen we op dit punt flink achter, maar dan is er ruimte voor een inhaalslag, nietwaar?

Een vruchtbaar tweesporenbeleid is de oplossing:

  • in euro’s bezuinigen omwille van ‘het huishoudboekje’
  • bij de bevolking de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van euro’s sterk verminderen, door experimenten met complementaire betaalmiddelen te stimuleren.

Om in de voetbalmetafoor te blijven: als de scheids de officiële bal afpakt moet hij niet moeilijk doen als de spelers een varkensblaas in het veld brengen. De politiek kan er dan in euro’s fijn op los blijven bezuinigen, terwijl het maatschappelijk leven daar veel minder onder te lijden heeft, omdat in allerlei circuits andere betaalmiddelen gebruikt gaan worden.