Categorie archief: dialogen

Verkiezingen

– Zeg Kees, jij begrijpt soms iets van politiek hè?
– Ik lees wel eens een krant…
– Straks in maart 2017 zijn er weer verkiezingen. Nou vraag ik me af…
– Ja?
– Op welke vraag geef ik met mijn stem eigenlijk antwoord?
– Wat zeg je dat raar… Het gaat straks om verkiezingen voor de Tweede Kamer, dus ik zou zeggen “Wie moet mij de komende vier jaar in de Tweede Kamer vertegenwoordigen?”
– Dus als ik stem op bijvoorbeeld Mark Rutte wordt de kans groter dat hij in de Tweede Kamer komt.
– Nee, als je stemt op Rutte wordt de kans groter dat hij weer premier wordt.
– Maar je zei net…
– Het is hier de ongeschreven regel dat de grootste partij de premier levert, en dat is dan de lijsttrekker, nummer één van de lijst. Als je stemt op Rutte, of op iemand anders van de VVD, vergroot je de kans dat de VVD de grootste partij wordt, en dus dat hij premier wordt.
– En wat moet ik dan doen als ik inderdaad wil dat Rutte mij in de Kamer gaat vertegenwoordigen?
– Dat gaat niet. Je kan dat wel proberen uit te drukken door op hem te stemmen, maar zo wordt je stem dan niet geïnterpreteerd.
– Dus het antwoord bepaalt de vraag waarop het antwoord het antwoord is. Eigenaardig, dat zie je zelfs in de quantumfysica niet vaak. Al met al toch een leuk raadsel. Wat moet ik doen als ik wil dat Rutte in de Tweede Kamer komt, even denken… Ik weet het! Als ik wil dat Rutte in de Kamer komt moet ik op een andere partij stemmen, zodat de VVD niet de grootste partij wordt.
– Helaas! Als de VVD niet de grootste partij wordt gaat Rutte de politiek uit en krijgt hij een vette baan in het bedrijfsleven, vermoedelijk bij een bank, als beloning voor bewezen diensten.
– Dus wat ik ook doe, Rutte komt niet in de Kamer?
– Inderdaad.
– Waarom staat hij dan op de lijst voor Tweede-Kamerverkiezingen?
– Hè, doe toch niet zo moeilijk! Het is toch een leuk spelletje?

De Pekouneia

Een Griekse tragedie in één bedrijf

BANKIER: Goedemiddag meneer Deklos!
GRIEK: Dag meneer. Mag ik gaan zitten? Ik heb al twee nachten niet geslapen van de zorgen.
B: Nee, blijft u maar staan. We willen niet dat u in mijn stoel in slaap valt, hè? Haha! Wat kan ik voor u doen?
G: Ik wil graag mijn lopende lening verlengen.
B: Kunt u die lening niet terugbetalen dan? Hoe komt dat?
G: Mijn klanten hebben geen geld, dus verkoop ik ook bijna niets meer. Wat ik overhoud gaat op aan uw rente. Aan mijn olijven ligt het niet, dat zal ik u laten zien. Anna, kom maar!

Een meisje van een jaar of twintig komt binnen en biedt de bankier een schaaltje olijven aan.

BANKIER: Is dat uw dochter? Zozo… Die olijven zijn inderdaad heerlijk! Tja, er is de laatste tijd nou eenmaal weinig geld in omloop. Heel betreurenswaardig. Maar laten we zaken doen. U begrijpt wel dat uw kredietwaardigheid er zo niet op vooruit gaat, hè? Daarom zal ik het rentepercentage moeten verhogen tot vijftien procent.
GRIEK: Maar dat kan ik niet betalen!
B: Dat had u nou niet moeten zeggen. Ik schat mijn risico nu nog hoger in en ben helaas gedwongen om het rentepercentage verder te verhogen tot achttien procent.
G: Maar… maar…
B: Twintig procent…
G: (zwijgt)
B: Zo ken ik u weer! Een echte ondernemer gaat niet pruttelen bij wat tegenslag! Omdat het risico dat u niet kunt betalen nu zo goed als honderd procent is, stel ik voor dat u uw olijfboomgaard in onderpand geeft.
G: Nee, dat nooit! Die boomgaard is door mijn overgrootvader aangeplant!
B: Tja… Weet u, ik mag u wel, u bent een eerlijk ondernemer, net als ik. En daarom doe ik u een aanbod dat u niet kunt weigeren. U mag uw boomgaard houden. Maar dan stuurt u wel elke dag om half acht uw dochter naar mijn huis om mijn zoon gezelschap te houden. Hij hangt thuis maar wat rond sinds hij van de universiteit getr… Enfin, dat gaat u niets aan. Wat zegt u ervan?
G: (slikt) Mijn Anna… (peinst) Ik begrijp u niet, meneer. U kunt in de stad veel goedkoper vertier voor uw zoon vinden. Als ik het zou doen schiet u er uiteindelijk toch veel geld bij in.
B: Welnee, meneer Deklos, dacht u dat? Haha! Ziet u, de burgemeester wil volgend jaar een nieuw huis op de heuvel bouwen. Het zou erg vervelend voor hem zijn als ik hem dan geen goedkope hypotheek kon verstrekken. Daarom wordt er uit de gemeentebelastingen al jaren een bedragje apart gezet, voor als mijn bank lastige tijden doormaakt. Mijn inkomsten zijn voorbeschikt, meneer Deklos. En zo hoort het ook in een Griekse tragedie! Haha!

Doek