Maandelijks archief: februari 2014

De factuurclub, deel I

Vele jaren geleden was ik in het oosten van het land op vakantie. In het plaatsje Heimwede logeerde ik in hotel Zomp en Dras. Op een zaterdagmiddag stapte ik café De schamele hut binnen. Tot mijn verbazing zat het stampvol. “Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik aan de dichtstbijzijnde man aan de toog.
“Onze factuurclub houdt zijn maandelijkse bijeenkomst”, antwoordde de man. Ik keek blijkbaar nogal wazig, want hij ging meteen verder. “Zowat iedereen met een bedrijfje of winkeltje in dit dorp is lid van de factuurclub, en die komt elke eerste zaterdag van de maand hier bij elkaar. Iedereen neemt dan alle facturen mee die hij die maand aan de andere leden gestuurd heeft. Op dat grote schoolbord daar worden al die facturen zo ver mogelijk tegen elkaar weggestreept. Er blijven dan nog een paar netto schulden over, en die worden meestal hier verrekend. Het is altijd een gezellige boel, waar het halve dorp op afkomt.”
Terwijl ik bedacht dat de kastelein zeker niet achteruit ging op deze regeling liep ik naar het schoolbord.

Om de beurt kwamen de plaatselijke ondernemers naar het bord en legden hun facturen van de vorige maand op tafel. Een man met een rood petje noteerde het bedrag van een factuur telkens tweemaal in een kolom op het bord, één keer plus, één keer min. Het ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Her en der werden er zaken gedaan.

De linkerbovenhoek van het bord zag er nu als volgt uit:heimwede4“Zomp en Dras!”, riep de man met het petje. Het hotel was aan de beurt. Een breedgeschouderde man baande zich met een stapeltje papieren in de hand een weg naar de tafel.
Ik ging naar mijn nieuwe kennis terug en bestelde voor ons beiden een pilsje. Hij bleek Klamers te heten, Chris Klamers. Hij vertelde me dat de factuurclub een paar jaar terug gestart was om het geldgebrek te verlichten, toen het economisch achteruit ging met het dorp. Het ging nu weer beter, maar men had de voordelen van de regeling ingezien en de factuurclub was blijven bestaan.

Na enige tijd dronk ik mijn glas leeg en ging naar buiten voor een wandeling. Een half uurtje later stapte ik weer De schamele hut binnen, nieuwsgierig naar de afloop. Alle facturen waren intussen genoteerd en men was met de eindafrekening bezig. Na enige tijd stapte de man met het rode petje op een stoel en riep de eindstand af. Het hotel had blijkbaar goede zaken gedaan die maand, want dat was de enige overgebleven partij die van anderen geld te goed had. Zeven mensen stonden met een hoeveelheid briefjes en munten in de hand in een rij. De hotelier keek er met afkeer naar en riep toen: “Hou al dat schroot maar in je zak! Ik heb een nieuw bankstel besteld, dus geef het volgende maand maar aan Kees den Eethoek! Rondje voor de hele zaak!” Een gejuich ging op. De man met het petje schreef de eindstand in een notitieboekje en veegde het bord toen schoon.
“Dat komt vaak voor”, zei Klamers, die bij me was komen staan. “Mensen in de plus die binnen de club een flinke uitgave verwachten schuiven hun tegoed door naar de volgende maand en zijn zo af van dat gehannes met contant geld.”
Ik vond het allemaal heel logisch klinken en nam me voor om te kijken of er bij mij in de buurt ook een factuurclub was.

Wordt vervolgd in deel II

Advertenties