Maandelijks archief: oktober 2013

De Pekouneia

Een Griekse tragedie in één bedrijf

BANKIER: Goedemiddag meneer Deklos!
GRIEK: Dag meneer. Mag ik gaan zitten? Ik heb al twee nachten niet geslapen van de zorgen.
B: Nee, blijft u maar staan. We willen niet dat u in mijn stoel in slaap valt, hè? Haha! Wat kan ik voor u doen?
G: Ik wil graag mijn lopende lening verlengen.
B: Kunt u die lening niet terugbetalen dan? Hoe komt dat?
G: Mijn klanten hebben geen geld, dus verkoop ik ook bijna niets meer. Wat ik overhoud gaat op aan uw rente. Aan mijn olijven ligt het niet, dat zal ik u laten zien. Anna, kom maar!

Een meisje van een jaar of twintig komt binnen en biedt de bankier een schaaltje olijven aan.

BANKIER: Is dat uw dochter? Zozo… Die olijven zijn inderdaad heerlijk! Tja, er is de laatste tijd nou eenmaal weinig geld in omloop. Heel betreurenswaardig. Maar laten we zaken doen. U begrijpt wel dat uw kredietwaardigheid er zo niet op vooruit gaat, hè? Daarom zal ik het rentepercentage moeten verhogen tot vijftien procent.
GRIEK: Maar dat kan ik niet betalen!
B: Dat had u nou niet moeten zeggen. Ik schat mijn risico nu nog hoger in en ben helaas gedwongen om het rentepercentage verder te verhogen tot achttien procent.
G: Maar… maar…
B: Twintig procent…
G: (zwijgt)
B: Zo ken ik u weer! Een echte ondernemer gaat niet pruttelen bij wat tegenslag! Omdat het risico dat u niet kunt betalen nu zo goed als honderd procent is, stel ik voor dat u uw olijfboomgaard in onderpand geeft.
G: Nee, dat nooit! Die boomgaard is door mijn overgrootvader aangeplant!
B: Tja… Weet u, ik mag u wel, u bent een eerlijk ondernemer, net als ik. En daarom doe ik u een aanbod dat u niet kunt weigeren. U mag uw boomgaard houden. Maar dan stuurt u wel elke dag om half acht uw dochter naar mijn huis om mijn zoon gezelschap te houden. Hij hangt thuis maar wat rond sinds hij van de universiteit getr… Enfin, dat gaat u niets aan. Wat zegt u ervan?
G: (slikt) Mijn Anna… (peinst) Ik begrijp u niet, meneer. U kunt in de stad veel goedkoper vertier voor uw zoon vinden. Als ik het zou doen schiet u er uiteindelijk toch veel geld bij in.
B: Welnee, meneer Deklos, dacht u dat? Haha! Ziet u, de burgemeester wil volgend jaar een nieuw huis op de heuvel bouwen. Het zou erg vervelend voor hem zijn als ik hem dan geen goedkope hypotheek kon verstrekken. Daarom wordt er uit de gemeentebelastingen al jaren een bedragje apart gezet, voor als mijn bank lastige tijden doormaakt. Mijn inkomsten zijn voorbeschikt, meneer Deklos. En zo hoort het ook in een Griekse tragedie! Haha!

Doek

Advertenties

Scenario ‘De geest is uit de fles’

Twee weken na het injecteren van een buitengewoon geestig en besmettelijk filmpje in de sociale netwerken loopt er geen jongere meer rond die niet weet hoe de vork in de steel zit met het geld en de banken. Ook het online deel van de rest van de bevolking raakt spoedig besmet.

De verontwaardiging is groot, maar ook komt er een ongelofelijke hoeveelheid creativiteit en energie vrij. Iedereen ziet kansen, vooral in de duurzame sector. In een ommezien worden er apps voor iPhone en Blackberry e.d. ontwikkeld, en diverse kits om lokale munten en alternatieve projectfinanciering op te zetten. Cyclos is niet aan te slepen.

Er ontstaan, naast veel lokale munten, een aantal snel groeiende maar gesloten circuits met geld op basis van:

  • persoonlijke reputatie (bv. à la WAT en iWAT). Bekende Nederlanders halen een kick uit het uitgeven van hun eigen exclusieve geld. Dat hadden ze nog niet. Omdat alle transacties met sommige van deze geldsoorten openbaar opgeslagen worden ontstaat voor de betrokken BN’ers het recht – en de morele plicht – om een uitgegeven eenheid nietig te verklaren als er ‘vuile’ transacties mee gepleegd zijn. Een nieuwe kant aan reputatiebeheer, uitgebuit in veelbekeken reality shows.
  • keurmerken als FSC, MSC, Fairtrade, etc. Goed ketenbeheer bepaalt de toegang tot deze geldsoorten.
  • duurzame producten. Zo geeft Greenchoice de Greenvolt uit, gedekt met groene stroom.

Een en ander vermindert de behoefte aan kort en lang kapitaal in euro’s drastisch.

Winkeldeuren worden behangen met ‘Wij accepteren XYZ’-stickers. Wie nog honderd procent met euro wil betalen of betaald wil worden, wordt vies aangekeken, zo niet geboycot. De leus is We don’t play your game anymore!

Groene investeerders gaan Fomento spelen, d.w.z. ze verstrekken (micro)kredieten die verplicht in diverse, inmiddels gevestigde, groene munten terugbetaald moeten worden. Daardoor worden die munten nog sterker.

Uiteindelijk wordt zelfs de politiek wakker. Het depositogarantiestelsel wordt uitgebreid: het plafond gaat 25 % omhoog maar 50 % van de tegoeden wordt uitsluitend gegarandeerd in belastingcertificaten (waardepapieren waarmee nationale belastingen betaald kunnen worden). Mokkend gaan de banken hiermee akkoord. Onverwacht bijeffect: mensen voelen zich niet meer schuldig als ze massaal hun tegoeden verkassen naar Triodos (een secundaire dus niet-geld-scheppende bank).

De politiek: scheids of speler in het veld?

basislogoDe politiek ziet zichzelf het liefst als maatschappelijke scheidsrechter, en de politici van de verschillende partijen bakkeleien veel en graag over de mate en mogelijke partijdigheid van ingrijpen in het spelverloop. Maar de economische crisis heeft de politiek in de rol van speler in het veld gedwongen. Door middel van bezuinigingen pakt de politiek de bal af van de andere spelers, omdat ze de bal zelf nodig heeft. Het kabinet doet dit onder de vlag van ‘terugtredende overheid’, maar is dit niet een heel vreemde logica? Zou niet juist een terugtredende overheid in de eerste plaats moeten zorgen voor een bal in het veld, in de vorm van voldoende geld in de economie, zodat burgers, bedrijven en maatschappelijke instanties het economische spel met elkaar kunnen spelen? Dit zou pas echt recht doen aan het beeld van de politiek als scheidsrechter!  Maar omwille van ‘het huishoudboekje’ van de scheids wordt nu de bal uit het veld gehaald, en de spelers hebben het nakijken.

Of toch niet? Wereldwijd wordt druk geëxperimenteerd met complementaire betaalmiddelen: lokale geldsoorten die doorgaans in een bepaalde regio blijven circuleren, domweg omdat ze buiten die regio nergens geaccepteerd worden. Of, van de andere kant bekeken: als je voor lokale betalingen zo veel mogelijk een eigen munt gebruikt heb je veel minder last van bezuinigingen in het eurocircuit. In Nederland lopen we op dit punt flink achter, maar dan is er ruimte voor een inhaalslag, nietwaar?

Een vruchtbaar tweesporenbeleid is de oplossing:

  • in euro’s bezuinigen omwille van ‘het huishoudboekje’
  • bij de bevolking de afhankelijkheid van de beschikbaarheid van euro’s sterk verminderen, door experimenten met complementaire betaalmiddelen te stimuleren.

Om in de voetbalmetafoor te blijven: als de scheids de officiële bal afpakt moet hij niet moeilijk doen als de spelers een varkensblaas in het veld brengen. De politiek kan er dan in euro’s fijn op los blijven bezuinigen, terwijl het maatschappelijk leven daar veel minder onder te lijden heeft, omdat in allerlei circuits andere betaalmiddelen gebruikt gaan worden.

Vandalistisch manifest

Gegroet gij allen!

Wij, ondergetekenden, vinden dat de aanhangers van het vandalisme nu eindelijk eens serieus genomen moeten worden. Het vandalisme is een oprechte economische beweging en dient ook zo behandeld te worden.

Vandalisten hebben van oudsher echter een slechte naam. Volkomen ten onrechte, zoals wij zullen aantonen met het zo vaak tegen ons gebruikte voorbeeld van het bushokje. Een nog niet vernield bushokje is immers een dood bushokje, een blok aan het been van de economie. De lassers, glazeniers en schilders trekken verder naar nieuwe omzetten en laten het bushokje achter als een economisch stukje woestijn. Wat ligt meer voor de hand dan het bushokje te re-cyclen? Van deze re-cyclus nemen wij vandalisten de ene helft voor onze rekening, en de al genoemde lassers, glazeniers en schilders de andere helft. En alleen zó kan het rad der economie eeuwig blijven wentelen. Waarom dan toch al die negatieve publiciteit en die povere arbeidsomstandigheden?

De aanhangers van onze beweging doorzien de cyclische aard der economie en hebben daaruit de voor zichzelf zo bittere conclusies getrokken. Uit liefde voor onze economie doen zij, vaak bij nacht en ontij, hun gevaarlijke werk, maar verguizing en celstraffen zijn hun deel. Aan deze onmenselijke toestanden moet nu maar eens een eind komen! Wij willen thans subsidie aanvragen om het nog niet verlichte deel der natie economisch te scholen, zodat de aanhangers van het vandalisme eindelijk in alle openbaarheid fatsoenlijk voor hun economisch zo nuttige activiteiten beloond kunnen worden.

Namens de Stichting Eerherstel Vandalisten:

W. den Hamer, voorzitter
mej. K. Rassen, secretaris
drs. A. Kleyngelt, penningmeester

De waspoederman

Ooit ging ik op bezoek bij een man die ik pas tevoren had leren kennen. Toen ik zijn huis binnenkwam, schrok ik. Alles, op zijn kleren na, zag er grauw en onverzorgd uit. En, eerlijk gezegd, zelf maakte hij ook geen gezonde indruk. Hij zette koffie en we raakten aan de praat. De koffie had een vreemd smaakje. Tot mijn verbazing kwam ik er in het gesprek achter dat hij alles in huis met hetzelfde waspoeder schoonmaakte. Hij deed er niet alleen de was mee, maar gebruikte het ook om de vloer te boenen, de afwas te doen en de wc schoon te maken. Hij gebruikte het waspoeder als shampoo en poetste er zelfs zijn tanden mee. Ik vroeg hem maar niet hoe hij zijn koffiezetter ontkalkte. Natuurlijk sprak ik mijn verbazing uit, maar hij had een volkomen logische verklaring voor zijn handelwijze. ‘Kijk,’ zei hij, ‘ik gebruik overal hetzelfde geld voor. Ik doe er mijn boodschappen mee hier in het dorp, waar iedereen me kent. Ik koop dingen in de stad en via internet, ik betaal huur, gas en licht, ik spaar voor een nieuwe fiets en betaal mijn auto af, allemaal met hetzelfde geld. Ik leen soms een tientje uit aan vrienden, en ik geef het aan de muzikant op het dorpsplein. Als dat allemaal met één soort geld kan, waarom zou ik dan in vredesnaam om dingen schoon te maken een heleboel verschillende spullen in huis moeten halen? Nee hoor, dat is me te lastig.’ Tegen deze ijzeren logica had ik natuurlijk niets in te brengen.

Is er een tekort aan geld?

Is er een tekort aan geld? Een eenvoudige vraag. Maar er zijn meerdere antwoorden mogelijk, die elkaar lijken tegen te spreken.

  1. Ja, er is op dit moment een schrijnend tekort aan geld, kijk maar om je heen. De huidige crisis is voor direct betrokkenen puur een kwestie van geldtekort. Helaas sidderen alle overheden – behalve die van IJsland – voor de niet ter verantwoording te roepen Trojka (EC, IMF en ECB) en de dito financiële markten, en gedragen ze zich als een scheidsrechter die de bal van de spelers afpakt omdat hij hem zelf nodig heeft. Dat het spel dan tot stilstand komt lapt hij aan zijn laars.
  2. Nee, er is geen tekort aan geld. Er is zelfs veel te veel geld in verhouding tot de economische productie. Er zou eigenlijk alleen netto geld bij moeten komen als we dat met zijn allen nodig hebben om productiegroei mee te betalen. Maar door het verdienmodel van de banken (meer leningen = meer winst) is de geldgroei (meer leningen = meer geld) totaal uit de hand gelopen. Volgens de Britse organisatie Positive Money is de afgelopen jaren slechts 8% van het nieuwe geld uitgeleend ten bate van productieverhogende investeringen en nieuwe bedrijvigheid. Met de overige 92% is bezitsoverdracht gefinancierd, voor een groot deel speculatieve aankopen zoals onroerend goed en discutabele waardepapieren, in de verwachting dat de waarde van deze bezittingen zou blijven stijgen. Bezitsoverdracht is niet productieverhogend, en dus is de met deze leningen gemoeide enorme vergroting van de geldhoeveelheid volkomen overbodig geweest, evenals de bijbehorende inflatie en natuurlijk de enorme schuldenlast.
  3. Ja, er is altijd en onontkoombaar te weinig geld, want al het geld wordt geschapen als schuld tegen rente, en het geld voor de rente wordt er niet bij gemaakt. Als we vandaag al het bestaande geld als aflossing bij banken zouden inleveren was er geen geld meer (want aflossingen vernietigen geld zoals nieuwe schulden het creëren). Natuurlijk zou de economie direct instorten, maar we zouden zelfs dan nog steeds een enorme schuld hebben: de rente. Er is dus bij lange na niet genoeg geld op de wereld om iedereen schuldenvrij te maken. Catch-22: hoe langer we ons geld niet bij de banken inleveren, des te meer loopt de totale renteschuld van de wereld op. Damned if you do, damned if you don’t. De maatschappij verliest met ons huidige systeem altijd.

Dus hoe zit het nu?

Je hebt het vast al begrepen: met ons huidige geldstelsel zitten we tussen hamer en aambeeld. Meer geld in omloop betekent onherroepelijk een grotere schuldenlast later. Schulden aflossen betekent onontkoombaar minder geld in de economie, bezuinigingen en ellende. Iedereen kan de oplossing bedenken: het recht om nieuw geld te maken moet weg bij commerciële bedrijven, c.q. de banken, en naar een of andere instantie die alleen gebaat is bij de juiste hoeveelheid geld in omloop. Dat kan de overheid zelf zijn, maar andere mogelijkheden zijn denkbaar en moeten zeker overwogen worden. In Nederland zet de beweging Ons Geld zich in voor schuld- en rentevrij geld.

Mag geld op schuld gebaseerd zijn?

Het is niet erg als een betaalmiddel staat voor een schuld in producten of diensten. Het geld verdwijnt dan op het moment dat de geldschepper zich in zijn eigen geld laat betalen voor zijn eigen waar. Vanzelfsprekend moet hij zijn productiebelofte kunnen nakomen, dus ongelimiteerd geld scheppen is er niet bij. Op dezelfde manier kan een overheid – ook een lokale overheid – geld scheppen met de belofte het later te zullen accepteren als betaling voor overheidsproducten als straatverlichting, riolering en politie. Belastingen dus. De landelijke overheid zou zelfs gestandaardiseerde belastingcertificaten kunnen uitgeven en die beloven te accepteren als betaling van inkomstenbelasting.