Stem op nummer 13!

Dit is een stemadvies voor iedereen die, zoals ik, walgt van het politieke bedrijf. Van de openlijke minachting voor de inhoudelijke kant van de zaak, van het geen antwoord krijgen op gerechtvaardigde vragen, van het verstikkende partijensysteem, waardoor kamerleden niet voor een idee moeten stemmen omdat het een goed idee is, maar omdat een andere partij ertegen is. Van de zwamverhalen en de ingestudeerde, liefst ‘Wiegeliaanse’ geestigheden. Van de angst voor gezichtsverlies als bepalende factor, van de tenenkrommende kinderachtigheid in de ‘debatten’, moet ik nog doorgaan?
Dit is een stemadvies voor allen bij wie de rillingen over de rug lopen als ze Ron Fresen, Dominique van der Heyde of andere politieke ingewandkijkers horen spreken.

Maar het is ook een stemadvies voor wie het hoofd niet in de schoot wil leggen. Als we de politiek zien als een fabriekje waar beslissingen, wetten en geldtoewijzingen uit komen, dan moeten we de kwaliteit van dat bedrijfsproces toch kunnen verbeteren? De (deel)oplossing die ik zelf voor me zie lijkt op de kwaliteitsprocessen in het bedrijfsleven: het zo ver mogelijk formaliseren van het politieke proces. Met formaliseren bedoel ik dat betrokken partijen aan de hand van checklists en invuloefeningen moeten kunnen aantonen dat er over allerlei inhoudelijke en procestechnische zaken serieus nagedacht is, anders worden hun voorstellen gewoonweg niet behandeld. Dit soort formele eisen is zeker niet ondenkbaar, denk bijvoorbeeld aan de al ingevoerde verplichting om bij bepaalde activiteiten en projecten een Milieueffectrapportage (MER) op te stellen.

Een voorbeeld van zo’n formele eis is: bij een voorstel om een bepaalde maatregel in te voeren moet erbij vermeld worden op welk tijdstip of onder welke omstandigheden die maatregel weer wordt afgeschaft, en welke overgangsregelingen dan van kracht worden. Doordat dit nooit wordt gedaan zitten we nu nog steeds met maatschappelijke steenpuisten als de aftrekbaarheid van hypotheekrente. Een andere broodnodige verplichting zou moeten zijn: aantonen dat een voorgestelde maatregel geen perverse prikkels introduceert.

Maar goed, dat is mijn persoonlijke visie op een oplossing. Daar hoef je het niet mee eens te zijn. Als je, net als ik, wel vindt dat de kwaliteit van het politieke proces structureel verbeterd moet worden en dat daar dus permanent aandacht naar toe moet, dan is het volgende stemadvies voor jou.

Helemaal niet stemmen misschien? Er zijn goede redenen om niet te stemmen. Met een variatie op een oud spreekwoord: “Wie stemt, stemt toe”. Maar een lage opkomst geeft ons concrete signaal niet door. Damned if you do, damned if you don’t? De oplossing is: ons signaal coderen. Stem daarom als volgt:

  1. Kies de volgens jou zindelijkste partij
  2. Stem op nummer 13 van die partij
  3. Als de partij van je keuze minder dan 13 mensen op de lijst heeft staan, stem dan maar niet en heb daar vrede mee.

Zo maken we een ‘horizontale draaggolf’ over de nummers 13 van alle lijsten heen. Als er opvallend veel op nummer 13 gestemd wordt komt ons signaal door. En de partijen bij wie die stemmen terechtkomen geven volgens ons het goede voorbeeld. Succes!

Advertenties

Verkiezingen

– Zeg Kees, jij begrijpt soms iets van politiek hè?
– Ik lees wel eens een krant…
– Straks in maart 2017 zijn er weer verkiezingen. Nou vraag ik me af…
– Ja?
– Op welke vraag geef ik met mijn stem eigenlijk antwoord?
– Wat zeg je dat raar… Het gaat straks om verkiezingen voor de Tweede Kamer, dus ik zou zeggen “Wie moet mij de komende vier jaar in de Tweede Kamer vertegenwoordigen?”
– Dus als ik stem op bijvoorbeeld Mark Rutte wordt de kans groter dat hij in de Tweede Kamer komt.
– Nee, als je stemt op Rutte wordt de kans groter dat hij weer premier wordt.
– Maar je zei net…
– Het is hier de ongeschreven regel dat de grootste partij de premier levert, en dat is dan de lijsttrekker, nummer één van de lijst. Als je stemt op Rutte, of op iemand anders van de VVD, vergroot je de kans dat de VVD de grootste partij wordt, en dus dat hij premier wordt.
– En wat moet ik dan doen als ik inderdaad wil dat Rutte mij in de Kamer gaat vertegenwoordigen?
– Dat gaat niet. Je kan dat wel proberen uit te drukken door op hem te stemmen, maar zo wordt je stem dan niet geïnterpreteerd.
– Dus het antwoord bepaalt de vraag waarop het antwoord het antwoord is. Eigenaardig, dat zie je zelfs in de quantumfysica niet vaak. Al met al toch een leuk raadsel. Wat moet ik doen als ik wil dat Rutte in de Tweede Kamer komt, even denken… Ik weet het! Als ik wil dat Rutte in de Kamer komt moet ik op een andere partij stemmen, zodat de VVD niet de grootste partij wordt.
– Helaas! Als de VVD niet de grootste partij wordt gaat Rutte de politiek uit en krijgt hij een vette baan in het bedrijfsleven, vermoedelijk bij een bank, als beloning voor bewezen diensten.
– Dus wat ik ook doe, Rutte komt niet in de Kamer?
– Inderdaad.
– Waarom staat hij dan op de lijst voor Tweede-Kamerverkiezingen?
– Hè, doe toch niet zo moeilijk! Het is toch een leuk spelletje?

De factuurclub, deel II

(Vervolg op deel I)

Laatst was ik weer eens in Heimwede en ik vroeg me af of de factuurclub nog bestond. Toen ik me realiseerde dat het de eerste zaterdag van de maand was liep ik naar café De schamele hut.

Het was aardig druk, maar niet zo druk als die middag jaren geleden. Tot mijn verbazing zat Chris Klamers aan de bar, op dezelfde kruk als toen, zo te zien. Ondanks al die jaren had ik hem meteen herkend, en hij mij blijkbaar ook, want met een brede grijns gaf hij me een hand en vroeg “Kom je weer eens op bezoek bij de factuurclub?”
“Bestaat die dan nog?” vroeg ik hem, terwijl ik het meisje achter de bar wenkte.
“Jawel”, zei hij, “maar het gaat er nu allemaal wat moderner aan toe. Via internet.”
Ik bestelde voor ons beiden een pilsje en zei: “Leg maar eens uit”.
Klamers stak van wal. “Nou, je weet nog wel dat we toen alle facturen binnen de club zoveel mogelijk op een schoolbord tegen elkaar wegstreepten, op elke eerste zaterdag van de maand. Nu voert iedereen zijn facturen aan andere leden rechtstreeks in het systeem in. Het voordeel is dat het bedrag op je factuur dan ook meteen op je rekening komt te staan, ook al heeft de andere partij nog niet betaald. Je kunt het geld dus ook meteen bij de andere leden uitgeven. We zijn dus nog minder afhankelijk van de euro geworden. En dat is een goede zaak, want het toerisme is teruggelopen.”
De kroegbaas, ook nog steeds dezelfde, kwam er bij staan. “Ik vond die nieuwlichterij eerst minder leuk, want die zaterdagmiddagen brachten flink wat geld in het laatje. Leden krijgen hier nu op de eerste zaterdag van de maand korting als ze via het systeem betalen. Daarom zitten er nog best veel mensen hier. Ze doen zaken of leggen een kaartje.”

Ik dacht even na over wat Klamers gezegd had. “Als ik iemand een factuur stuur en daarna voor hetzelfde bedrag koop bij een ander lid, moet mijn klant dus nu dat bedrag aan die derde betalen, in plaats van aan mij. Klopt dat?”
Beide mannen knikten.
“Klopt”, zei Klamers. “Andersom gaat het ook op. Als jouw klant aan lid X levert ter waarde van jouw factuurbedrag, schuift de verplichting om jou te betalen door naar lid X. Het systeem streept de schulden en tegoeden van de tussenliggende personen automatisch zoveel mogelijk tegen elkaar weg. Net zoals we vroeger op het schoolbord deden.”
Het leek me een handig systeem. Maar één ding snapte ik nog niet.
“Even denken. Destijds werden alle rekeningen ééns in de maand vereffend. Als ik nu iemand een factuur stuur moet die hem normaal gesproken na, zeg, een maand betalen. En als die persoon na bijvoorbeeld twintig dagen voor hetzelfde bedrag levert aan een derde, krijgt die derde wéér een maand betaaltijd. En zo kan het blijven doorgaan. Wanneer zie ik mijn geld dan?”
“Ah, ik zie je probleem”, zei Klamers. “Kijk, je moet het zó zien. Leveringen en betalingen doe je niet aan elkaar, maar aan de club. Een levering met factuur aan een ander lid is eigenlijk hetzelfde als een directe storting van het betreffende bedrag op je rekening. Je hebt dus ook een schuld aan of tegoed van de club, niet aan of van een individueel lid. Zolang je je tegoed binnen de club besteedt hoef je met uitgeven dus niet te wachten tot je klant zijn factuur betaald heeft. In feite heb je niets meer met die klant te maken, en de euro dient bij de factuurclub eigenlijk alleen als meetlat. Binnen het verrekensysteem bestaan geen euro’s, alleen tegoeden en schulden ter waarde van bedragen in euro’s. ”

“Iedereen heeft dus eigenlijk een soort lopende rekening met krediet. Betaal je rente op dat krediet?”
“Nee, aan rente doen we niet”, zei Klamers. “We overwegen wel om een kleine negatieve rente op positieve tegoeden te gaan rekenen. Dat zou de onderlinge bestedingen stimuleren.”
“En voor wie is het risico dat iemand echt niet kan betalen of leveren?”
“Dat is ook voor de hele club, maar daar zijn we voor verzekerd. De premie haalt iedereen er met gemak uit. Bovendien heeft iedereen een maximaal krediet, dat we samen bepalen aan de hand van zijn omzet en reputatie. Als je dat bijna verbruikt hebt geeft het systeem een seintje, en op is op.”

“En als ik nou veel punten heb en dringend om echte euro’s verlegen zit? Kan ik die punten dan omwisselen?”
Klamers lachte. “Je bent nog net zo nieuwsgierig als toen! Helaas, je kan punten niet rechtstreeks bij de club omwisselen. Wij mogen namelijk geen geld aanhouden voor dat doel, omdat we geen bank zijn. Je kan in dat geval wel via de club je punten ter verkoop aanbieden aan de andere leden van de club, of aan de andere inwoners van Heimwede. Die kunnen ze hier toch bijna overal besteden.”

Hier was goed over nagedacht.

Wordt vervolgd.

Het politiek

basislogomiddelTaalkundigen van de universiteit van Leiden hebben vastgesteld dat we al sinds mensenheugenis het verkeerde lidwoord bij het woord politiek gebruiken. Het moet namelijk zijn ‘het politiek’, in plaats van ‘de politiek’.

“Dat zit zo”, zegt professor Sjoerd van Daal van de vakgroep Sociale Linguïstiek. “Iedereen kent een hele reeks woorden die beginnen met ‘ge…’, waarmee men doorgaans ergernis uitdrukt, zoals in de uitroep ‘Hou nou eens op met dat ge…!‘ Vul zelf maar in: geschreeuw, getrommel, gejank, gezuip. Dit zijn allemaal het-woorden: het geschreeuw enzovoort.
Maar hoewel politiek uitsluitend met woorden als gekonkel, gemarchandeer, geneuzel en geniep in verband kan worden gebracht, is het woord politiek zelf geen het-woord geworden. Het is een zeldzaam geval, een ge-woord zonder dat je dat aan de vorm kunt zien. Dus het is historisch wel te begrijpen dat het fout gegaan is. Maar met dit onderzoeksresultaat zetten we deze kwestie na al die jaren eindelijk recht. De wetenschap heeft gesproken: het is het politiek.”

Van Daal heeft inmiddels subsidie aangevraagd om uit te zoeken waar de taalkundige kink in de kabel gekomen is. Doen we het misschien al eeuwen verkeerd? Van Dalen: “Dat is goed mogelijk. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dat gaat dan in het politiek door de angst voor gezichtsverlies weer niet op, haha.”

Hoe doen die banken dat toch?

Geldgebrek ken ik niet. Ik heb namelijk een eenvoudige truc ontdekt om snel aan geld te komen. Ik rijd gewoon met de auto naar de stad, naar een paar stoplichten waar niet geflitst wordt. Politie is er ook nooit te zien. Daar rijd ik een paar keer door rood licht, en hey presto! Elke keer dat ik niet gepakt word heb ik tweehonderddertig euro verdiend! Bij mooi weer ga ik ook wel met de fiets, maar dat schiet minder op: slechts negentig euro per rood licht.

Ach, was het maar zo simpel. Voor gewone stervelingen gaat deze vlieger helaas niet op. Maar… voor banken wel! De banken mogen dit foefje wél uithalen en hebben het verplaatst naar de virtuele wereld. U weet misschien niet dat in elk bankfiliaal een aantal speciale computers staan opgesteld, waarop het spel Debt Rider draait. In dat spel moet je, als boven beschreven, zo veel mogelijk geld verdienen met door rood licht rijden zonder gepakt te worden.

In de oorspronkelijke versie van het spel, afkomstig van het internet, liep je nog het risico geflitst te worden, of als je echt pech had werd je geramd door kruisend verkeer. Game over. Maar de programmeurs van de bank hebben het spelletje aangepast. Er is nu geen enkel gevaar meer bij. Laagbetaalde bankmedewerkers vullen nu hun werkdagen met ongestraft virtueel door rood licht rijden, over verlaten kruispunten. Uren achtereen, als cavia’s in een tredmolen. Dat makkelijk verdiende geld leent de bank dan weer uit, tegen de gebruikelijke rente natuurlijk. En zo, geloof het of niet, scheppen de banken al het geld in onze economie!

Simpol, een oplossing voor internationale impasses?

Van veel ernstige wereldproblemen komt de oplossing niet dichterbij. De maatregelen die daarvoor nodig zijn worden nergens ingevoerd, omdat landen die niet meedoen een concurrentievoorsprong krijgen op landen die wel meedoen. Voorbeelden zijn er genoeg. We noemen er twee: een belasting op vervuilende industrie, en de Tobin tax (een kleine belasting op financiële transacties). Geen enkel land durft een dergelijke maatregel als eerste te nemen, en al helemaal niet in een economische crisis. En zo blijven we voortmodderen. Alleen als landen besluiten om tegelijkertijd dezelfde stappen te nemen kan er een einde aan komen aan deze treurige toestand.

De internationale organisatie Simpol (voor Simultaneous Policy) reikt de burger of politicus die hier zo langzamerhand zwaar tabak van heeft (en welk weldenkend mens heeft dat niet?) een oplossing aan. Ze vraagt politici van alle landen om publiekelijk hun Belofte te tekenen, wat erop neerkomt dat ze in eigen land voorstellen met bovenstaande handicap zullen steunen, in de wetenschap dat ze in andere landen mede-Simpol-aanhangers hebben. Aan de andere kant kunnen burgers van alle landen eenvoudig laten weten dat ze eindelijk eens serieuze actie willen zien door partijen mee te delen dat ze uitsluitend nog op Simpol-ondertekenaars zullen stemmen. Je zou Simpol kunnen zien als een internationale politieke partij, met dat verschil dat de ondertekenaars juist binnen andere partijen hun invloed moeten uitoefenen. Op de site van Simpol staat een lijst met problemen die met deze aanpak opgelost zouden kunnen worden.

John Bunzl, de bedenker van het Simpol-principe, legt een en ander duidelijk uit in een TEDx filmpje.


Op de site staat ook een pagina met aanbevelingen van onder andere Ervin Laszlo, Noam Chomsky en Elizabeth Sahtouris.

In Nederland hebben alleen nog Matthijs Pontier en Rogier Huurman van de Piratenpartij de Belofte ondertekend. (Vreemd genoeg is dit niet terug te vinden op de site van de PP of in het verkiezingsprogramma.)

De factuurclub, deel I

Vele jaren geleden was ik in het oosten van het land op vakantie. In het plaatsje Heimwede logeerde ik in hotel Zomp en Dras. Op een zaterdagmiddag stapte ik café De schamele hut binnen. Tot mijn verbazing zat het stampvol. “Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik aan de dichtstbijzijnde man aan de toog.
“Onze factuurclub houdt zijn maandelijkse bijeenkomst”, antwoordde de man. Ik keek blijkbaar nogal wazig, want hij ging meteen verder. “Zowat iedereen met een bedrijfje of winkeltje in dit dorp is lid van de factuurclub, en die komt elke eerste zaterdag van de maand hier bij elkaar. Iedereen neemt dan alle facturen mee die hij die maand aan de andere leden gestuurd heeft. Op dat grote schoolbord daar worden al die facturen zo ver mogelijk tegen elkaar weggestreept. Er blijven dan nog een paar netto schulden over, en die worden meestal hier verrekend. Het is altijd een gezellige boel, waar het halve dorp op afkomt.”
Terwijl ik bedacht dat de kastelein zeker niet achteruit ging op deze regeling liep ik naar het schoolbord.

Om de beurt kwamen de plaatselijke ondernemers naar het bord en legden hun facturen van de vorige maand op tafel. Een man met een rood petje noteerde het bedrag van een factuur telkens tweemaal in een kolom op het bord, één keer plus, één keer min. Het ging er allemaal erg gemoedelijk aan toe. Her en der werden er zaken gedaan.

De linkerbovenhoek van het bord zag er nu als volgt uit:heimwede4“Zomp en Dras!”, riep de man met het petje. Het hotel was aan de beurt. Een breedgeschouderde man baande zich met een stapeltje papieren in de hand een weg naar de tafel.
Ik ging naar mijn nieuwe kennis terug en bestelde voor ons beiden een pilsje. Hij bleek Klamers te heten, Chris Klamers. Hij vertelde me dat de factuurclub een paar jaar terug gestart was om het geldgebrek te verlichten, toen het economisch achteruit ging met het dorp. Het ging nu weer beter, maar men had de voordelen van de regeling ingezien en de factuurclub was blijven bestaan.

Na enige tijd dronk ik mijn glas leeg en ging naar buiten voor een wandeling. Een half uurtje later stapte ik weer De schamele hut binnen, nieuwsgierig naar de afloop. Alle facturen waren intussen genoteerd en men was met de eindafrekening bezig. Na enige tijd stapte de man met het rode petje op een stoel en riep de eindstand af. Het hotel had blijkbaar goede zaken gedaan die maand, want dat was de enige overgebleven partij die van anderen geld te goed had. Zeven mensen stonden met een hoeveelheid briefjes en munten in de hand in een rij. De hotelier keek er met afkeer naar en riep toen: “Hou al dat schroot maar in je zak! Ik heb een nieuw bankstel besteld, dus geef het volgende maand maar aan Kees den Eethoek! Rondje voor de hele zaak!” Een gejuich ging op. De man met het petje schreef de eindstand in een notitieboekje en veegde het bord toen schoon.
“Dat komt vaak voor”, zei Klamers, die bij me was komen staan. “Mensen in de plus die binnen de club een flinke uitgave verwachten schuiven hun tegoed door naar de volgende maand en zijn zo af van dat gehannes met contant geld.”
Ik vond het allemaal heel logisch klinken en nam me voor om te kijken of er bij mij in de buurt ook een factuurclub was.

Wordt vervolgd in deel II